Uitgangspunten

Neem altijd onderstaande uitgangspunten in acht bij het verzorgen van een wond:

  • Voor een goede wondverzorging is een wondzorgplan nodig. Dit plan wordt samen met de patient opgesteld door de arts, medisch specialist en/of de wondzorgspecialist. De wond én alle factoren die de wondgenezing positief of negatief beïnvloeden worden in kaart gebracht. Onderliggend lijden zo mogelijk behandelen en beïnvloedende factoren verbeteren.
  • De voortgang of stagnatie van de wondgenezing wordt tenminste iedere twee weken geëvalueerd. Indien geen genezing zoals verwacht plaatsvindt de patiënt na 3 weken doorverwijzen.
  • Afwijkingen aan de wond zoals toename van roodheid, zwelling of pijn altijd melden aan de behandelend arts en vastleggen in het dossier.
  • Zorg voor goede pijnmedicatie. Pijn is subjectief en iedereen ervaart pijn anders. Pijn is dat wat iemand zegt dat het is. Rapporteer de behandeling van pijn in het wondzorgplan. Denk hierbij ook aan ontspanningstechnieken, afleiding, informeren, toepassen van koude en/of warmte etc..
  • Zorg dat het wondverband niet aan het wondbed vastplakt, zodat bij de verbandwissel vitaal weefsel niet kapot getrokken wordt.
  • Bij een diepe wond moet de wond genezen vanuit de wondbodem. Het verband moet contact maken met de wondbodem.
  • Houd de huid rondom de wond droog en bescherm de wondranden tegen wondvocht. Dit kan door gebruik te maken van een barrièrespray of barrièrecrème.
  • Op welke manier het verband gefixeerd wordt is afhankelijk van het soort wondbedekker, de plaats en grootte van de wond. Zorg dat de fixatie geen nieuwe wonden maakt op de intacte huid. Kies voor de meest praktische fixatie (bijvoorbeeld een pleister, zwachtel, netverband, buisverband of een combinatie hiervan).