Werkwijze

Het doel is het op een juiste manier wisselen en aanbrengen van een verband. Stapsgewijs doe je dit als volgt:

Voor

  1. Stel je op de hoogte van de opdracht van de arts of wondzorgverpleegkundige.
  2. Lees de rapportage, om op de hoogte te zijn van de actuele gezondheidssituatie van de zorgvrager.
  3. Zorg voor privacy.
  4. Geef eventueel pijnmedicatie en denk aan afleiding (bijvoorbeeld muziek, televisie en geurbestrijding).
  5. Informeer de zorgvrager over de handeling en op welke manier de zorgvrager kan meewerken. Denk aan de houding in bed, ontspanning, etc.
  6. Was of desinfecteer je handen volgens protocol.
  7. Zorg voor voldoende werkruimte. Leg de benodigde materialen klaar op een gedesinfecteerd werkveld (NIET in het bed):
    - niet-steriele handschoenen, 2 paar
    - eventueel spoelvloeistof en onsteriel non woven gaas
    - alcohol 70%, schaar
    - verbandmateriaal
    - fixatiemateriaal;
    - afvalzakje.


Tijdens

  1. Help de zorgvrager in de gewenste houding.
  2. Trek de handschoenen aan.
  3. Verwijder het wondverband, observeer het verband en deponeer dit in de afvalzak.
  4. Eventueel in opdracht de wond reinigen. Dep het gebied rondom droog met non woven gaas.
  5. Verschoon de handschoenen.
  6. Observeer de wondbodem, de wondranden en het gebied rondom de wond.
  7. Bescherm de wondranden volgens voorschrift.
  8. Behandel het gebied rondom de wond volgens voorschrift.
  9. Verbind de wond volgens voorschrift.
  10. Fixeer het wondverband zonder de intacte huid te beschadigen.
  11. Trek de handschoenen uit en stop deze in de klaarliggende afvalzak.
  12. Desinfecteer de handen met handalcohol. 


Na

  1. Help de zorgvrager in de gewenste houding.
  2. Evalueer de handeling met de zorgvrager.
  3. Ruim de materialen op. Oud verbandmateriaal en niet scherp afval kan bij het huishoudelijk afval. Scherpe materialen in de naaldencontainer of bij specifiek ziekenhuisafval.
  4. Rapporteer de observaties en de handeling.